Guidelines

National Contact Point

Knowledge Center

FAQ

Over de voordelen van MVO

Welke voordelen levert Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen mij op?
Bedrijven die internationaal ondernemen volgens de OESO richtlijnen zijn niet alleen goed voor mens en milieu, maar zijn ook winstgevender. De voordelen van MVO op een rijtje:

MVO gerichte bedrijven krijgen gemakkelijker financiering
De OESO richtlijnen vormen de basis voor het toetsingskader MVO in het financieel buitenland instrumentarium van de Nederlandse overheid. Dat betekent dat bedrijven die een beroep doen op de PESP, FOM, PSOM, ORET, EKV of SENO/GOM regeling, moeten voldoen aan de OESO richtlijnen.
Dit toetsingskader wordt steeds meer toegepast door reguliere banken als Rabobank en ABN AMRO die op hun beurt minder risicovol willen beleggen. Kredietcommissies toetsen financieringsvragen steeds vaker op MVO criteria.

MVO gerichte bedrijven mogen leveren aan de overheid
In 2010 gaan alle overheden (inclusief waterschappen) duurzaam inkopen: van pennen tot autowegen. Voor diverse productgroepen worden criteria opgesteld. Vanaf 2008 kunnen bedrijven die aan overheden leveren hiermee geconfronteerd worden.

MVO gerichte bedrijven zijn aantoonbaar efficiënter en innovatiever
Het vakblad ESB/Economisch Strategische Berichten laat zien dat bedrijven met MVO beleid beter financieel presteren dan bedrijven met een laag MVO gehalte. Het rendement en de marktwaarde van een bedrijf met MVO beleid is gemiddeld 10% hoger.

MVO gerichte bedrijven zijn minder kwetsbaar voor acties en boycots
Maatschappelijke organisaties, actiegroepen en consumentengroepen willen in toenemende mate weten onder welke arbeids- en milieuomstandigheden producten zijn gemaakt. Ook zijn zij vaak internationaal georganiseerd en fungeren ze als ‘watchdog’ met betrekking tot het gedrag van bedrijven in het buitenland. Hun invloed wordt wel eens onderschat. Een goed MVO beleid voorkomt acties en boycots.

MVO gerichte bedrijven zijn aantrekkelijker voor werknemers
Bedrijven met een goed MVO beleid hebben minder verloop van werknemers, hetgeen de productiviteit verhoogt. Ze geven minder geld uit aan werving en selectie en scoren gemiddeld hoger bij werknemer tevredenheidsonderzoeken.

MVO gerichte bedrijven dragen bij aan een betere toekomst
Dit – meer idealistische – voordeel wordt dikwijls gebagatelliseerd. In tijden van klimaatverandering, globalisering en interculturele conflicten biedt MVO een concreet handvat om een steentje bij te dragen aan een meer leefbare wereld. Een goed gevoel.

Over OESO richtlijnen

Wat is de OESO?
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, bestaande uit 30 landen en is in 1961 opgericht. Doel is o.a. ondersteuning van beleid dat bijdraagt aan duurzame economische groei en werkgelegenheid. De OESO zetelt in Parijs. De engelstalige naam voor de OESO is de OECD/Organisation for Economical Cooperation and Development. De richtlijnen heten in het engels OECD Guidelines.

Welke landen zijn lid van de OESO?
De OESO telt 30 lidstaten: Australië, België, Canada, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Korea, Luxemburg, Mexico, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Turkije, Verenigde Staten, IJsland, Zweden en Zwitserland.

De richtlijnen worden onderschreven door 10 niet OESO staten: Argentinië, Brazilië, Chili, Estland, Israël, Letland, Litouwen, Roemenië, Slovenië en Slowakije. Deze landen hebben ook een Nationaal Contact Punt OESO richtlijnen.

China, India, Indonesië en Zuid-Afrika zijn uitgenodigd om discussieronden te openen voor OESO lidmaatschap.

Wat zijn de OESO-Richtlijnen?
De Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen zijn in feite een gedragscode voor het internationale bedrijfsleven. Het zijn aanbevelingen van regeringen aan ondernemingen. De Richtlijnen bestaan in deze vorm al sinds 1976. Het proces van economische globalisering heeft de OESO-landen doen besluiten om de Richtlijnen nog eens tegen het licht te houden en waar nodig aan te passen. Die herziening is op 27 juni 2000 afgesloten met de aanvaarding door de OESO-Ministerraad van de nieuwe Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen.

Wie heeft erover onderhandeld?
De lidstaten van de OESO, alsmede drie niet-OESO-leden, te weten Argentinië, Brazilië en Chili. Andere belanghebbenden, waaronder uiteraard het bedrijfsleven, vakbeweging en andere maatschappelijke organisaties zijn intensief geraadpleegd. Die raadpleging vond zowel bij de OESO in Parijs plaats als in de landen zelf.

Waarom zijn de Richtlijnen belangrijk?
De Nederlandse regering is voorstander van verdere liberalisering van de internationale handel en van internationale investeringen (globalisering). Het Nederlandse bedrijfsleven heeft hier uiteraard baat bij. Daar staat tegenover dat bedrijven ook hun maatschappelijke verantwoordelijkheid dienen te beseffen. De meeste bedrijven zijn zich hiervan bewust en hebben eigen gedragscodes aangenomen. In de context van de economische globalisering is het logisch dat er een internationaal afgestemd stelsel van aanbevelingen is, waardoor er een eenduidig kader voor het internationale bedrijfsleven ontstaat (level playing field).

Hoe werken de Richtlijnen?
De discussie over de toepassing van de Richtlijnen vindt primair plaats in het kader van het Nationaal Contact Punt voor Multinationale Ondernemingen. Dit contactpunt is ook verantwoordelijk voor de verspreiding van de Richtlijnen onder het bedrijfsleven. De landen die de Richtlijnen onderschrijven zijn verplicht een Nationaal Contact Punt op te zetten. Ook in het OESO-Investeringscomité (IC) wordt over de verspreiding en de toepassing van de Richtlijnen overleg gepleegd. Omdat het hier om aanbevelingen gaat zijn de Richtlijnen niet rechtens afdwingbaar. Juist daardoor is de tekst helder en stellig. Een formeel bindende tekst zou geleid hebben tot sterk verwaterde bepalingen die veel minder ver gaan dan wat bedrijven in hun eigen codes hebben neergelegd.

Gelden de OESO richtlijnen voor zowel investerings- als handelsrelaties?
De OESO richtlijnen maken deel uit van de OECD Declaration on International Investment and Multinational Enterprises die Nederland samen met de andere OESO lidstaten heeft ondertekend. Dat betekent dat meldingen om voor bemiddeling in aanmerking te komen, betrekking moeten hebben op investeringsgerelateerde activiteiten. Deze zogenaamde ‘investment nexus’ wordt door Nederland ruim geïnterpreteerd. Er hoeft niet perse sprake te zijn van een eigendomsverhouding met het bedrijf waarbij zich de (vermeende) misstanden voordoen. Het gaat vooral om de aard van de relatie en de mate van invloed die het Nederlandse bedrijf kan uitoefenen. Als bijvoorbeeld een Nederlands bedrijf een langdurige relatie onderhoudt met een producent in het buitenland, als het een substantiële afnemer is van die producent, als het de goederen die het van die producent betrekt op basis van eigen specificaties laat vervaardigen en deze onder zijn eigen merknaam verkoopt, kan naar Nederlandse opvatting gesproken worden van “investeringsgerelateerde activiteiten”.
Een pure handelsrelatie valt evenwel buiten de “scope” van het NCP.

Over NCP’s

Werkt het NCP vanuit een juridisch kader?
Nee, het NCP is geen quasi-rechtbank of Ombudsman. De OESO richtlijnen zijn vrijwillige aanbevelingen vanuit de OESO lidstaten aan het internationale bedrijfsleven.
Het is ook geen commissie die bestuurt of adviseert.

Wat doet het NCP dan wel?
Naast de voorlichtende taak van het NCP met betrekking tot de toepassing van de OESO richtlijnen heeft het NCP een bemiddelende taak bij meldingen van vermeende schendingen van de OESO richtlijnen. De onafhankelijke NCP leden zitten zèlf met melders en bedrijven om de tafel om na te gaan of bemiddeling mogelijk is. Zij onderzoeken zèlf ter plekke het realiteitsgehalte van de melding en de bemiddelingsbereidheid bij de lokale counterparts van de melder. De behandeling is niet gericht op een ‘vonnis’ of uitspraak, maar op een oplossing van het geconstateerde probleem. Bij voorkeur een oplossing waar bedrijf én melder mee in kunnen stemmen en waarvan geleerd kan worden, vandaar dat het behandelingsproces bij uitstek bemiddelend van aard is. Aan het eind van een bemiddelingsproces stelt het NCP een verklaring op die op de deze website wordt geplaatst.

Hoe is de positie van het Nederlandse NCP vergeleken met die in andere landen?
De positie van het Nederlandse NCP is uniek. Het merendeel van de NCP’s is louter ambtelijk samengesteld. Een aantal is meervoudig samengesteld met een zekere rol voor NGO’s en vakbonden, maar bij behandeling van meldingen overheerst ook daar de ambtelijke deelname. Nederland heeft een onafhankelijk NCP met niet ambtelijke en ambtelijke leden. De niet ambtelijke leden vertegenwoordigen de private sector, de vakbonden, de maatschappelijke organisaties en het (hoger) onderwijs en waarborgen een deskundige en onpartijdige behandeling van meldingen.

Waarom kiest Nederland een alternatieve opstelling van het NCP?
Ten eerste om een meer onafhankelijk NCP te verkrijgen. Een zuiver ambtelijke bezetting heeft als nadeel dat het ‘politiek aangestuurd’ is. Ten tweede om een apart interdepartementaal secretariaat in te richten die de OESO richtlijnen, de procedures en de behandeling van meldingen als kerntaak heeft.

Hoe verhouden de Nederlandse opvattingen over de OESO-richtlijnen en de rol van NCP’s zich tot die van andere OESO-landen?
De landen die de OESO-richtlijnen hebben onderschreven plegen daarover overleg in het Investeringscomité van de OESO. Dat Comité, waarin Nederland wordt vertegenwoordigd door een ambtenaar van het Ministerie van Economische Zaken, kan een interpretatie geven van (een aspect van) de Richtlijnen of van de bijbehorende procedurele afspraken. Hierover wordt bij consensus beslist. Alle NCP’s zijn gebonden aan dergelijke interpretaties. Voorzover het OESO-Investeringscomité geen interpretatie heeft vastgesteld, zijn de aangesloten landen vrij om hun eigen interpretatie te bepalen. Nederland pleegt dat op een ruimhartige wijze te doen, bijv. ten aanzien van het begrip “investeringsgerelateerde activiteit”. Andere landen zijn soms terughoudender. Het Nederlandse NCP heeft dan ook een (relatief) progressieve reputatie.

Hoe wordt de voorlichtende taak gezien?
De bekendheid van de Richtlijnen of het NCP bij bedrijven (en zeker bij het mkb) is matig. Dat betekent dat bedrijven vaak niet op de hoogte zijn van het feit dat overheden aanbevelingen voor bedrijven heeft opgesteld. Bedrijven die wèl op de hoogte zijn, zoeken weer naar een praktische toepassing van de richtlijnen in hun bedrijfspraktijk. Verder staan de OESO-Richtlijnen niet alleen: er zijn diverse andere richtlijnen, codes of normeringen die meer of minder convergeren met de OESO richtlijnen. Naast een actieve benadering van het bedrijfsleven doet het NCP ook aan voorlichting door beantwoording van vragen van bedrijven of andere belanghebbenden (inclusief andere NCP’s).

Wat is de rol van MVO Nederland bij die voorlichting?
De communicatiemanager van het NCP is geplaatst bij MVO Nederland zodat efficiënt gebruik gemaakt kan worden van het internationale programma, het brancheprogramma en het regioprogramma van MVO Nederland. Het NCP beslist over een door MVO Nederland te leveren strategie voor de voorlichting.

Over meldingen doen

Wie kunnen er allemaal een melding bij het NCP indienen?
In principe iedereen, van individuele burgers tot overheden. In de meeste gevallen zijn het maatschappelijke organisaties en vakbonden die een melding doen, omdat het specifieke belang dat zij in een melding verdedigen voortkomt uit het algemene belang (milieubescherming of vakbondsrechten) dat zij behartigen. Bij een geschil tussen een bedrijf en een maatschappelijke organisatie kan ook het bedrijf naar het NCP stappen.  Het NCP kijkt bij haar overweging om een melding in behandeling te nemen ondermeer naar het belang van de melder in de zaak.

Of een melding bij het Nederlandse NCP gedaan moet worden, hangt af van waar de omstandigheden die ten grondslag aan de melding liggen zich afspelen. Gebeurt dit in een land dat een NCP heeft, dan moet bij dat NCP de melding gedaan worden. Vinden de omstandigheden plaats in een land zonder NCP, dan kan een melder zich wenden tot het land waarin de hoofdvestiging van het bedrijf gevestigd is.


Terug naar boven